HOME

Dinsdag 9 februari

LITURGISCHE KLEUR: GROEN

  

 

DINSDAG IN DE VIJFDE WEEK DOOR HET JAAR

 

 

09.00 uur: H. MIS IN ULESTRATEN (oude ritus)

 

 

10.00 uur: H. MIS IN BEUKELOORD

 

 

eerste lezing: 1 Koningen 8,22-23.27-30

evangelie: Marcus 7,1-13

 

Processie Meerssen
Processie Meerssen

VAN HARTE WELKOM!
 
Meerssen, Basiliek van het Heilig Sacrament


Cultusobject: Heilig Sacrament

Datum: Sacramentsdag (+ octaaf); gehele jaar

Periode: 1222 - heden

Locatie: Basiliek van het H. Sacrament / parochiekerk H. Bartholomeus

Adres: Markt 17, 6231 LR Meerssen

Gemeente: Meerssen

Provincie: Limburg

Bisdom: Roermond


Samenvatting: De verering van het Heilig Sacrament is gebaseerd op een sacramentswonder in 1222, dat bij een brand in 1465 werd 'bevestigd'. In de late middeleeuwen werd door aflaatpredikers in de bisdommen Utrecht en Luik herhaaldelijk propaganda gemaakt voor een pelgrimage naar dit Sacrament van Mirakel. Het sacrament wordt vereerd in de parochiekerk die is gewijd aan Sint Bartholomeus; vanwege de roem van deze cultus werd de kerk in 1938 verheven tot Basiliek van het H. Sacrament. Hoogtepunt van de verering zijn de jaarlijkse vieringen op het feest van Sacramentsdag (de tweede donderdag na Pinksteren) en in het daarbij behorende octaaf. Vanaf 1941 tot eind jaren zestig werden in drie (later twee) weekeinden in oktober, vanuit de omliggende dekenaten stille bedevaarten naar de basiliek ondernomen.

Beschrijving

Basiliek (priesterkoor)
Basiliek (priesterkoor)

- In 968, enkele jaren voor haar dood, schonk Gerberga, dochter van Hendrik van Saksen (bijgenaamd Hendrik de Vogelaar) en weduwe van achtereenvolgens Giselbert (hertog van Lotharingen) en Lodewijk IV (koning van Frankrijk), haar rijke bezit Meerssen aan de abdij van St. Remigius te Reims. Reeds in 939, na de dood van haar eerste gemaal, had Gerberga een aanzienlijk deel van dit domein aan deze abdij geschonken. De kerk te Meerssen was aanvankelijk gewijd aan Petrus. Omstreeks 1131 werd te Meerssen een proosdij opgericht voor benedictijner monniken uit Reims; in dat jaar was er al enige tijd een kapittel aan de kerk verbonden. Het was de bedoeling dat de kanunniken (gewoonlijk adellijke zonen uit de regio) na hun dood steeds vervangen zouden worden door benedictijnen van de proosdij, opdat het kapittel geleidelijk in de proosdij zou opgaan. Omstreeks 1190 was de proosdij definitief in handen van de benedictijnen van Reims en fungeerde de proost als ambachtsheer van Meerssen. In deze overgangsperiode (1131-1190) veranderde ook het patrocinium van de kerk, die voortaan aan St. Remigius gewijd was. De cisterciënzer Caesarius van Heisterbach vermeldt dat de kerk ten tijde van het wonder in 1222 in beheer was van een viertal uit Reims afkomstige benedictijner monniken, die er de eredienst verzorgden en tevens de tienden en cijnzen inden en met het moederhuis in Reims verrekenden.
- In de decennia na het wonder werd de kerk aanzienlijk verbouwd, totdat ze in 1288 grotendeels afbrandde. In 1340 werd begonnen met de bouw van een nieuwe kerk, die - alweer vanwege brand - niet voltooid kon worden. In de jaren tachtig van de 14e eeuw ontstond een wezenlijk nieuwe kerk, die, in plaats van aan St. Remigius, gewijd was aan het Heilig Sacrament en aan Maria. De kerk moest in 1452 opnieuw worden gewijd, nadat zij door gewelddadigheden was ontwijd. Om de vele verbouwingen aan deze kerk te kunnen bekostigen, werden er in de late middeleeuwen speciale aflaten verleend aan pelgrims en anderen die deze heilige plaats in materieel opzicht begunstigden (zie bij Verering). De herstelwerkzaamheden en uitbreidingen in de tweede helft van de 15e en het eerste kwart van de 16e eeuw resulteerden in een (mergelstenen) kerkgebouw dat zijn gotische karakter tot op heden heeft behouden. Niet duidelijk is wanneer de kerk St. Bartholomeus als patroon heeft gekregen. In 1673 was dat in ieder geval al gebeurd, in het verslag van de dekenale visitatie op 6 oktober van dat jaar staat over de Meerssense kerk vermeld: 'Titulus ecclesiae S. Bartholomeus apostolus'.

Proosdij

- Ook na de middeleeuwen hebben de proosdij en de kerk vele lotgevallen gekend. Vanaf het begin van de 16e eeuw werd de proosdij, gelegen aan de westkant van de kerk (later ook aan de noordzijde), bestuurd door een vertegenwoordiger van de aartsbisschop van Reims die in naam tevens abt was van de St. Remigius-abdij. Paus Pius V voegde de proosdij bij bulle van 7 augustus 1561 bij de tafelgoederen van het pas opgerichte bisdom Roermond. De bisschop van Roermond noemde zich proost van Meerssen, heer van Klimmen, Meerssen, Beek en Lithoyen. In 1609, na de dood van bisschop Cuyckius, restitueerden de aartshertogen, Albert en Isabella, de proosdij weer aan de abdij te Reims - de Roermondse bisschop werd afgekocht met een jaargeld - die de proosdij al in 1611 met de augustijnen te Eaucourt (nabij Arras) ruilde tegen landgoederen in Frankrijk. De benedictijnen werden afgelost door augustijner kanunniken. Bij de vrede van Nijmegen (1678) werd aan de proost toegestaan om met twee of drie medebroeders in Meerssen te verblijven. In Staats Valkenburg bleef het patronaatsrecht voor een aantal parochies in zijn handen. Bij de inname van Maastricht door de Fransen op 4 november 1794 vluchtten de kanunniken naar Duitsland. Weliswaar kwamen zij voor korte tijd terug, maar in 1797 vertrok de proost c.s. voorgoed (naar Düsseldorf, later Elberfeldt). De proosdij met bijbehorende landerijen en andere bezittingen - onder meer het nog bestaande 'refugiehuis' in de Hoogbrugstraat te Maastricht - werd verkocht. In 1804 was de voormalige proosdij in het bezit van Charles Roemers, een advocaat uit Maastricht. Deze liet een groot deel van de oude gebouwen afbreken en een nieuwe villa inrichten in het overgebleven bouwwerk. De villa werd in 1936 afgebroken, waarna de kerk kon worden vergroot.

Lotgevallen van de St. Bartholomeuskerk

- Van de kerk werden omstreeks 1600 de daken verwoest door brand. Op 9 januari 1649, om 21.00 uur, is de toren van de kerk bij een storm ingestort, om nooit meer te worden herbouwd. In 1661 kwam Meerssen onder de Staten Generaal; de kerk fungeerde voortaan als 'simultaneum', dat wil zeggen dat zij ter beschikking stond voor zowel de protestantse als de rooms-katholieke eredienst. Vanwege deze tweedeling werd een scheidingsmuur neergezet tussen schip en koor. Het koor was exclusief bestemd voor de kanunniken, terwijl het schip simultaan gebruikt werd. Als gevolg van de inval van de Fransen kwam de kerk tussen 1673 en 1678 exclusief toe aan de rooms-katholieke eredienst, maar in 1678 werd het simultaneum hersteld. Op 12 september 1747 stortte de kerk gedeeltelijk in door storm, waarna de schade werd gerepareerd. Plannen voor een grootscheepse restauratie en herbouw van de kerktoren, omstreeks het midden van de 18e eeuw, konden niet worden gerealiseerd. In 1794 werden alle kerkelijke goederen verkocht, waarna er van 1798 tot 1802 geen godsdienstoefeningen mogelijk waren. Vanaf Pinksteren 1802 kon de kerk weer door zowel katholieken als protestanten gebruikt worden. Pas vanaf 1830 tot heden staat de kerk uitsluitend ter beschikking van de rooms-katholieke eredienst. Omstreeks 1835 werd voor de protestantse minderheid een eigen kerk gebouwd op kosten van de Belgische overheid (tot 1839 behoorde Limburg met uitzondering van Maastricht tot België). In de Bartholomeuskerk werd de 17e-eeuwse scheidingsmuur weer afgebroken. In 1882 werd de kerk gerestaureerd onder leiding van architect J. Kayser. Ten behoeve van de restauratie organiseerde de pastoor van Meerssen, J. Hoho, een loterij. Een deel van de ambitieuze plannen van Kayser - onder meer een aanzienlijke verlenging van de kerk aan de westzijde - kon pas in de jaren 1936-1938 onder leiding van architect Jos Cuypers worden uitgevoerd; de gewenste nieuwbouw van de westtoren is echter nooit gerealiseerd. Na deze werkzaamheden had de kerk de omvang die ze thans nog heeft: 59 meter lang, 19 meter breed, 56,45 meter hoog (inclusief de windhaan); goed voor 700 zitplaatsen, een aantal dat later is teruggebracht tot 480.

 
Sacramentstoren

- Karakteristiek voor het grote priesterkoor (20 meter diep; 8,5 meter breed; 15,5 meter hoog) zijn de lange en brede vensters. Het verticalisme van de koorbouw komt ook terug in de uit witte zandsteen gehouwen sacramentstoren (gebouwd tussen 1500 en 1517) die tegen de noordwand van het koor staat. Dit 12 meter hoge bouwwerk heeft de vorm van een toren op een halfzeshoekig grondplan en bestaat uit negen verdiepingen. Aan de basis liggen vier leeuwen; op de tweede 'verdieping' staan vier beeldjes van profeten (Daniël, Ezechiël, Isaias en Jeremias) en daar weer boven beeldjes van de vier evangelisten. Op de vierde 'verdieping' bevindt zich, op een rijk versierde voet, het eigenlijke tabernakel dat is afgesloten met drie panelen (gepolijst koper ajour). Boven dit tabernakel zijn drie groepen aangebracht in hoogreliëf die het Laatste Avondmaal (in het midden), de mannaregen in de woestijn (links) en de ontmoeting tussen Abraham en Melchisedek (rechts) voorstellen. Op de zesde 'verdieping' staan drie gebeeldhouwde baldakijnen met in ieder een groepje van drie beelden: links de bisschoppen St. Servatius, St. Lambertus en St. Willibrordus; midden de grondleggers van het feest van Sacramentsdag, St. Juliana, St. Thomas van Aquino en paus Urbanus IV; rechts St. Gerlachus, St. Remigius en St. Liduina (die ook vaak met het sacrament in verband wordt gebracht, zie ? dl. 1, Schiedam, Liduina). In de 'verdieping' daarboven staan beelden van O.L. Vrouw, geflankeerd door St. Johannes de Doper (links) en St. Norbertus (rechts). De twee bovenste 'verdiepingen' worden gevormd door de spits met daarop een kruis. De aanwezigheid van Juliana van St. Cornillon en St. Norbertus in de vroeg-16e-eeuwse sacramentstoren zijn een raadsel. Juliana was in de loop van de middeleeuwen namelijk vergeten als de 'geestelijke moeder' van het feest van Sacramentsdag, om pas in de (late) 16e eeuw als zodanig herontdekt te worden. Norbertus werd pas aan het einde van de 16e eeuw 'getransformeerd' tot eucharistische heilige. De oplossing van dit raadsel kan misschien gevonden worden bij een al te vrije inspiratie van de degenen die in 1912 de restauratie van de sacramentstoren onder handen namen (de gebroeders Ramakers uit Geleen, onder supervisie van architect
Kayser en met advies van jhr. V. de Stuers en dr. P. Cuypers): niet alleen werd het beschadigde sierwerk hersteld, ook werd er een twintigtal beeldjes bijgemaakt. Alleen de groepsbeelden van het mannawonder, het Laatste Avondmaal en het offer van Melchisedek zijn origineel.

Noorderportaal

- Het meer dan twee meter diepe noorderportaal dat eveneens in het begin van de 16e eeuw werd gebouwd, heeft twee rijk versierde bogen; onder de binnenste boog staat op de middenstijl tussen twee deuren het (20e-eeuwse) beeld van O.L. Vrouw van het Heilig Sacrament. De uitbreiding met het noorderportaal maakte het destijds mogelijk dat de voormalige sacramentskapel aan de noordzijde van het koor tot O.L. Vrouwekapel werd omgebouwd. Deze kapel is in 1880 weer verwijderd. Aan de zuidkant bij het koor staat een St. Barbara-altaar. Eind 19e eeuw werden op het dak van het noorderportaal, dat vanuit de kerk bereikbaar was via een afzonderlijk traptorentje, resten teruggevonden van een tegelvloer.

Andere karakteristieken

- Belangrijk voor de verering is niet alleen de sacramentstoren, maar ook het hoofdaltaar dat omstreeks 1900 in het priesterkoor werd geplaatst (ter vervanging van een uit 1754 daterend barokaltaar dat vervaardigd was door de schrijnwerker Conrad Cox uit Sittard). Het onderstel van dit altaar wordt gesierd met afbeeldingen van de offers van achtereenvolgens Abel, Melchisedek en Abraham. Op het middenstuk staan tweemaal vier beelden van heiligen die over het H. Sacrament hebben geschreven. Daarboven staat het tabernakel (1860), geflankeerd door de afbeeldingen van de bruiloft van Kana en het Laatste Avondmaal. Op de communiebank is een afbeelding van het paaslam en van een hert bij de waterbron. De gebrandschilderde ramen in het koor (achter het altaar) tonen onder meer het vuurwonder van 1465.
- Omstreeks 1910 werd aan de buitenzijde van de kerk, op de deurstijl van de noordelijke ingang, een beeld geplaatst van 'O.L. Vrouw van het H. Sacrament', een benaming waarin de twee patronaten die de kerk in de 14e eeuw ontving, worden gecombineerd.
- In 1938 werd de kerk door
paus Pius XI verheven tot basiliek. In 1988, het gouden jubileumjaar van de basiliek, werden er aan de kerk opnieuw restauratiewerkzaamheden uitgevoerd. Van de bouwwerkzaamheden die na de Tweede Wereldoorlog aan de basiliek zijn uitgevoerd dienen vooral de glas-in-loodramen genoemd te worden die deken H. Steegmans (1945-1963) liet plaatsen: de ramen in het schip zijn tussen 1950 en 1960 vervaardigd door glazenier Jos ten Horn; de ramen in het grote venster van de westwand zijn in 1958 vervaardigd door de Meerssense kunstenaar Charles Eijck.
- Ten zuidwesten van de kerk ligt het Proosdijpark. Op een heuvel in dit park ligt een 20e-eeuws tuinhuis in Franse stijl, dat na restauratie in 1976 dienst is gaan doen als VVV-kantoor. Iets verder staat een kapel ter ere van O.L. Vrouw Koningin van de Vrede (1940) met een viertal beelden (1950) van
Charles Eijck. Vlakbij deze kapel is het zogenoemde 'kerksteegje' met daarin een bruggetje dat is gebouwd uit brokstukken van de in 1649 ingestorte kerktoren. Aan het einde van dit steegje staat het voormalige portiershuis.

BASILIEK MEERSSEN

BASILIEK MEERSSEN




Noordzijde van de kerk

(vanaf de Markt)

Het Sacrament van de Eucharistie

Het Sacrament van de Eucharistie

De Eucharistie (van het Griekse ευχαριστω, dank zeggen) is het offer zelf van het Lichaam en Bloed van de Heer Jezus, dat Hij heeft ingesteld om het kruisoffer door de eeuwen heen te bestendigen tot aan zijn wederkomst, aldus aan zijn Kerk de gedachtenis toevertrouwend van zijn dood en verrijzenis. De Eucharistie is het teken van eenheid, de band van liefde, de paasmaaltijd waarbij Christus wordt ontvangen, de ziel met genade wordt vervuld en het onderpand gegeven wordt van het eeuwig leven.

 

Het Sacrament van de Eucharistie is door de Heer zelf ingesteld op Witte Donderdag, "in de nacht waarin Hij werd overgeleverd" (1 Kor. 11, 23), terwijl Hij met zijn apostelen het laatste avondmaal vierde.

Na hen te hebben verzameld in de zaal van het laatste avondmaal, nam Jezus het brood in zijn handen en gaf het hun, met de woorden: "Neemt en eet hiervan, gij allen: Dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt." Daarop nam Hij de kelk met wijn in zijn handen en zei tot hen: "Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe en altijddurende verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en voor alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om mij te gedenken."

 

Processie Meerssen
Processie Meerssen

De aanwezigheid van de Heer in Brood en Wijn (realis presentia)

 

 

Jezus Christus is in de Eucharistie op een unieke en onvergelijkelijke wijze tegenwoordig. Hij is immers tegenwoordig op een waarachtige, werkelijke en substantiële wijze: met zijn Lichaam en zijn Bloed, met zijn Ziel en zijn Godheid. In haar is dus op sacramentele wijze, dat wil zeggen onder de gedaanten van brood en wijn, de hele Christus tegenwoordig: God en mens.

 

De Katholieke leer noemt dit de transubstantiatie: dit betekent de verandering van de hele substantie van het brood in de substantie van het Lichaam van Christus en van de hele substantie van de wijn in de substantie van zijn Bloed. Deze verandering voltrekt zich in het eucharistisch gebed door de werkdadige kracht van het woord van Christus en van het handelen van de heilige Geest. Toch blijven de zintuiglijk waarneembare kenmerken van brood en wijn, de zogenaamde "eucharistische gedaanten", onveranderd.

 

Aan dit Sacrament is de eredienst van de latria verschuldigd, dat wil zeggen van de aanbidding, welke alleen voor God is voorbehouden, hetzij tijdens de Eucharistieviering, hetzij daarbuiten. De Kerk bewaart de geconsacreerde hosties dan ook met de grootste zorgvuldigheid; zij brengt ze naar de zieken en naar andere mensen die in de onmogelijkheid verkeren om aan de Heilige Mis te kunnen deelnemen. Zij biedt ze aan voor de plechtige aanbidding door de gelovigen, draagt ze in processie en nodigt de gelovigen uit tot het veelvuldig bezoek en aanbidding van het Allerheiligst Sacrament, zoals dat wordt bewaard in het tabernakel.